VERSLAGEN SEIZOEN 2013 / 2014








Inhoud


De Tuinkring Twentejaren 2013 en 2014

Alweer zijn twee jaren zó snel voorbijgegaan!
Bij het lezen van onderstaande verslagen worden deze prachtige dagen zeker weer helemaal her-beleefd en na-genoten door de deelnemers. Al zijn de reisdagen naar Normandië bij voorbeeld alweer van even terug: in 2013. En we hopen dat de vele leden, die om welke reden dan ook er niet bij konden zijn, toch deze verslagen met plezier doorlezen.
Een flink aantal Tuinkringers heeft aan de totale organisatie bijgedragen door tijd en talent te besteden aan tips, voorrijden, bespreken, verwoorden en beslissen over al die dagen.
In 2013 herhaalden we, wat zelden gebeurt zo’n herhaling, op 18, 23 en 27 maart het bezoek aan het kunsthuis van Herr Werner Reinermann; drie dagen, omdat er zoveel belangstelling voor was en er maar een beperkt aantal mensen werd toegelaten!
2014 werd weer begonnen met de gezellige, nu 2-jaarlijkse Nieuw-Tuinjaarsavond, wéér in maart. Van die avond en van alle overige dagen werd echt genoten: daarvan getuigen ook de beschrijvingen door deelnemers aan die respectievelijke evenementen.
In chronologische volgorde worden de volgende TT-dagen weergegegeven:


1. woensdag 27 maart 2013: Tocht naar W. Reinermann
Verslag door Clairle Westphal uit Ahaus.

2a. zo 16 juni 2013: vertrekdag naar Normandië
Verslag door Hermy Morriën, uit Haaksbergen.

2b. ma 17 juni: 2e dag Normandië
Verslag door Martin Isselstein uit Gronau.

2c. di 18 juni: 3e dag Normandië
Verslag door Claire Raats uit Diepenheim.

2d. wo 19 juni: 4e dag Normandië
Verslag door Jet Gorter uit Tubbergen.

2e. do 20 juni: Laatste dag Normandië
Verslag door Eline ter Riet uit Hengelo Ov.

3. dinsdag 27 augustus 2013: Achterlandtocht
Verslag doorSiny Jansen uit Nijverdal.

4. vrijdag 20 september 2013: Paradijzendag
Verslag door Paula Hinne uit Haaksbergen.

5. woensdag 19 maart 2014: Nieuw Tuinjaarsavond
Verslag door Gré Druif Brand uit Goor.

6. woensdag 18 juni 2014: Drenthe-bustocht
Verslag door Bert Kreeftenberg uit Gorssel.

7. woensdag 3 september 2014: Utrecht-bustocht
Verslag door Dorette Schoo uit Enschede.


Dank ook aan de Tuinkring-medewerkers die dezeTuinkringdagen mede hebben georganiseerd, te weten
Piet Boersma (NT-avond), Ru van Wezel (administratie en Normandie voorreizen), Dirk Addink (Achterland-tocht), Anneke Stevens, (Paradijzendag), Thérèse Groet (Drenthe-bustocht) en Marlies Swarttouw (vertaling Reinermann). Zonder al diegenen die zo volop zich aanmeldden voor deze dagen, zouden we niet kunnen spreken van zoveel plezierige en succesvolle TT-dagen in de laatste twee jaren.
Jammer dat door bijzondere, soms fijne maar ook heel droeve redenen er mensen waren die niet konden deelnemen of moesten afzeggen.
Wij hopen dus van harte jullie onder heel plezierige omstandigheden terug te zien de komende twee jaren en wie weet misschien ook vanaf donderdag 18 juni 2015: dan rijdt onze bus voor de vierde keer naar Engeland!. Dat wordt vijf dagen genieten van toptuinen.
We wensen iedereen gezondheid (ook dankzij tuinieren en tuinplezier) en op elk gewenst gebied alle goeds en succes toe voor de toekomst.

Mede namens de allernaaste medewerkers Trudy Welman en Bouke Veltman,
Lindy van Wezel,
leiding organisatie “Tuinkring Twente”.

Inhoudsopgave

REINERMANN

Ma 18/3, za 23/3, wo 27/3 - 2013.
Verslag: Clara Westphal, Ahaus
(vertaald uit het Duits door Marlies Swarttouw).


Op 27 maart 2013 bezochten 8 geïnteresseerde leden van de Tuinkring Twente het huis van daglelie-kweker Werner Reinermann in Schöppingen.
Wij werden hartelijk ontvangen met koffie en gebak, hetgeen ons goed deed, want het was dan wel zonnig, maar ook koud en winderig.
In de garage waren zijn beschilderde ganzen- en eendeneieren tentoongesteld.
Hij beschildert ze met lichte aquarelkleuren in geometrische patronen en wist later de contouren ietwat uit, zodat de eieren een lichte grondkleur krijgen. Daarnaar gevraagd vertelde hij, dat er in het huis zo ongeveer 1300 eieren verspreid zijn. Hij koopt de uitgeblazen eieren bij een firma in Göttingen. Natuurlijk waren we verrast door de enorme keuze, maar we slaagden er toch in er drie uit te zoeken voordat we dit hoogst interessante huis verlieten.

Het familiehuis werd in 1910 gebouwd: er was een schrijnwerkerij in gevestigd.
Zijn liefde voor hout is ook in de kunstzinnig bewerkte kistjes van de heer Reinermann te herkennen.Verbaasd hoorden wij hem over ..viooltjeshout...
Nooit van gehoord en dus maar gegoogled en ik begreep, dat het een soort palissander-soort is, dalbergia cearensis, en vooral uit Brazilïe komt, een paarsige kleur heeft met zwarte strepen, hard en zwaar is, weinig elastisch is en makkelijk splijt. Desondanks laat het zich goed bewerken.
Samen met een kunstenaar uit Leer waren veel van de kistjes van een verrassende inhoud voorzien en vaak ook met de beroemde daglelie “Reinermann” beschilderd.
De rondleiding door dit bijzondere huis was zeer interessant.
De uitleg bij de schilderijen in de verschillende ruimtes, de wijze van verkrijgen en de kennismaking met de kunstenaar, het servies, objecten uit familiebezit, de Paas-versiering , de keuze van de kleuren op muren en deuren, het glas in lood, dat alles was heel indrukwekkend.
Van de schilderijen, die we hebben gezien, viel bijzonder het werk van de volgende kunstenaars op.

1. Frank Gyjho uit Filberstadt
(geboren in 1954 in Cottbus)
Zeer kleurintensieve olieschilderijen op linnen, die een glinsterend driedimen-sionaal effekt hadden. Overwegend in de kleuren rood, geel en blauw-groen.

2. Piotr Kamieniarz,
geboren, leeft en werkt in Salomin (Polen).
In Duitsland wordt hij door Galerie KK – de heer Klaus Kiefer – in Essen vertegen-woordigd.
Zijn tekeningen in Oost-Indische inkt en ook pen- en potloodtekeningen doen geheimzinnig, spottend, grotesk en maatschappij-kritisch aan.
Ze gaan ook over sexualiteit en de dood. Opvallend waren de grote zwarte holle ogen van poppen en harlekijnen.

3. Heike Ruschmeyer uit Berlijn
(geboren 1956 in Ucht)
Een vaak onderscheiden Duitse kunstenares, die zich in haar werk met de dood en het geweld in de samenleving uiteen zet.
In het trappenhuis zagen we een serie van haar, die het mishandelen en sterven van een kind tot onderwerp heeft, in grijs – wit – zwarte acryl kleuren. Groot formaat. Onvergetelijk.

4. Asgeir Smari Einarsson
Een kunstenaar uit IJsland, leeft in Reykjavik. Heeft al in 1997 en 1998 in Kreis Borken geëxposeerd.
Van deze kunstenaar heeft de heer Reinermann veel werk gekocht.
Kleurrijke stadsgezichten met opvallend dunne mensen.

5. Françoise Deberdt,
geboren 1934
Schilderijen,glas in lood, keramiek. Was 4 jaar te gast in de Villa Medici in Rome
Haar vier schilderijen waren kleurrijk en speels.

Nog veel andere kunstenaars werden voorgesteld, te veel om ze allemaal te noemen. Het was een bezoek aan een versierd huis, op zijn Paas-best.
Hartelijk dank aan de gastheer.

DE NORMANDIË-REIS

De eerste dag, zondag 16 juni 2013
Verslag: Hermy Morriën, Haaksbergen.

Op deze dag vertrekken we, voor het eerst in de Tuinkring Twente-geschiedenis, tien minuten eerder dan gepland: Om 8.00 uur ‘s ochtends op de gebruikelijke plaats bij de supermarkt aan de Veldmaterstraat nr. 174 te Haaksbergen en voor de rest van onze groep drie kwartier later bij AC Holten.
In de bus vertelde Lindy dat onze vertrouwde chauffeur Roy papa wordt, maar dat de nog prille zwangerschap niet zo voorspoedig verloopt. Om die reden heeft Roy voor zekerheid gekozen en zijn collega Erik gevraagd deze reis in zijn plaats te rijden. Daar heeft iedereen natuurlijk alle begrip voor.
Het weer is ons gunstig gezind en dit slaat automatisch positief over op de hele groep. Welgemoed gaan we dus op reis naar onze eerste stop: het van der Valk hotel in Vught. Daar wordt ons een hete en aangeklede tosti in het vooruitzicht gesteld.
Lindy geeft ons een prachtig reisgidsje zodat we ons kunnen inlezen in het gebodene voor de komende vijf dagen. In de intro worden o.a. de huisregels nog eens goed aangescherpt: “verlies de afgesproken tijd niet uit het oog, de bus kan niet wachten”. Volgens mij is dit niet tegen dovemansoren gezegd.
Na een kopje koffie en de beloofde tostie, reizen we naar onze eerste tuin.

De tuin van de heer Geert Pattyn
in Geluwe (België).

Op een rustig weggetje buiten het dorp zien we een kapelletje met de tekst: “Onze lieve vrouw van troost”. Het behoort tot het grondgebied van de oorspronkelijke ouderlijke boerderij. Het bedrijf is nu opgesplitst in een landbouwgedeelte dat door zijn broer bewerkt wordt en een tuingedeelte dat Geert in zijn bezit heeft. Na de tuinbouwschool heeft hij 10 jaar in een bloemenzaak in Kortrijk gewerkt Het bloembinden gebeurde daar in een kelder. Zijn droom was om ooit voor zichzelf als bloemendesigner te gaan werken in een ruimte met veel ramen vanwege de lichtinval. Ruim twee jaar heeft hij zijn droom nu waargemaakt. Bij de ouderlijke boerderij heeft hij een moderne winkel annex expositieruimte gebouwd. De tuin met vele prachtige bomen en tuinkamers heeft hij samen met zijn vader aangelegd. 4 Jaar geleden is zijn vader overleden. Met de beplanting houdt hij nu rekening, dat hij die voor zijn bloemstukken kan gebruiken. Zijn zus helpt hem in de tuin. Naar eigen zeggen is hij zelf niet zo’n tuinman. Op dit moment heeft hij in zijn tuin een expositie van witte kunststof mannen, die in allerlei houdingen her en der in de tuin verspreid liggen, zitten en hangen. De tuin ziet er goed onderhouden uit en de kamers zijn omzoomd door meersoortige hoge en lagere hagen Ze hebben zowel vierkante als ronde vormen. Bizonder is de oude, goed bewaarde 3 etages hoge tabaksdroogtoren. Daarbinnen bevindt zich nu een gekleurd verlicht glasobject in de vorm van een hoog kerkraam. In zijn atelier liggen vele boeken waarin te zien is welke prachtige bloem- en plantstukken hij voor allerlei gelegenheden maakt. Zelden zoveel apart en vernieuwend werk gezien. Daardoor is er maar even tijd voor een kopje koffie.
Hij werkt niet alleen thuis, maar heeft ook vele opdrachten op locaties. De zeer gedreven designer heeft het duidelijk naar zijn zin en na een voor ons zeer interessant en aangenaam verblijf vertrekken wij naar onze tweede tuin. De tuin van mevrouw Catherine Guévenoux:

le Jardin de Maizicourt.

Als Erik ons in het dorpje, waar Cathérine haar 18de eeuws kasteeltje bezit, laat uitstappen worden er al allerlei oh’s en ah’s geslaakt. Alle bermen langs de straat en slootranden staan vol bloeiende gekleurde bloemen. Met het fototoestel in de aanslag wordt deze bloemenzee door ons vastgelegd. En dan zijn we nog niet eens in Catherine’s tuin! Ook aan de buitenkant van haar lange kasteelmuur met twee mooie ijzeren toegangspoorten is het een kleurenpracht.
Via een zijdeur gaan we naar binnen. Daar ontmoeten we haar. Het is een klein frêle dametje met een mooie bos wit krulhaar. Ze springt gelijk op een stoel zodat we haar allemaal kunnen zien. Ze vertelt dat ze 25 jaar geleden dit kasteel met 10 ha grond gekocht hebben. De eerste vijf jaar is besteed aan de restauratie van het kasteel. Daarna is er 20 jaar over gedaan om de tuin in de huidige vorm te krijgen. De meeste bomen stonden er al en die vormen nu een prachtige omlijsting van al het moois dat hier te zien is. Catherine’s leeftijd is moeilijk te schatten. Ze oogt heel energiek,
veerkrachtig en charmant en is de hele dag met haar kruiwagen in de tuin te vinden.. Na haar toespraak mogen we het park in. Hoe moeilijk is het om deze paradijselijke omgeving te beschrijven. In de bus las Lindy ook nog een verslag van een vorige bewonderaarster voor. Heel spiritueel en poëtisch allemaal. Nogal inspirerend voor mij!
Maar ik moet zeggen zij heeft niets teveel gezegd. De tuin om het kasteel met prachtig gazon, allerlei bloemenborders, begroeide kasteelmuren en geweldige bomen is al zeer de moeite waard. Toen we echter achter het kasteel in een heel lange wijdse zichtlaan door een majestueus bos liepen, overviel me een heerlijk rustgevend gevoel. Wat is het hier weldadig. De grond waarop ik loop is niet van zand maar een groen gazon. Het einde van deze lange laan in de verte is ook het einde van het perceel. Daar aangekomen kijk je uit over een mooi glooiend landschap, opzij kijkend is aan weerszijden een meterbrede border van het prachtigste blauw (daglelie en kattestaart denk ik). Samen wel 400 meter lang . We slaan links af om hier zolang mogelijk van te kunnen genieten. Dan steken we op een gegeven moment weer naar binnen. om al het andere te gaan bewonderen. Jammer genoeg dringt de tijd zodat we er snel doorheen lopen. Het verrassende van steeds weer iets nieuws te zien voert de boventoon. Alles wat een grote tuin mooi maakt is hier te vinden. En dat zonder bestrijdings-middelen wordt er gezegd! Omdat hier zoveel moois te zien is weet ik niet goed waar ik moet beginnen dus stop ik hier.

Ferme Auberge du Prieuré
in Cherienne.

Eenmaal in de bus rijden we naar een auberge, waar we gaan dineren.
Het landschap waar we tijdens deze reis veelvuldig mee te maken krijgen is van een zo’n prachtige landelijke eenvoud. Meestal glooiend met onafzienbare akkers in verschillende groenschakeringen door de diverse soorten granen zoals tarwe, rogge, haver en gerst. Ook eindeloze velden met aardappelen en vlas. Soms heel verrassend opgekleurd door het geel van koolzaad, het blauw van de vlasbloem en het rood van de klaprozen (OOOOOOOOHHHHHH!!!!). Met de bus slingeren we dan over smalle landelijke asfaltweggetjes. Zo komen we dan ook bij onze auberge aan. De gastvrouwen, allemaal van één familie Herbet, staan ons buiten al op te wachten en vliegen spoorslags naar binnen om ons zo snel mogelijk te kunnen bedienen.
Nu dat lukt. Na een hartelijke begroeting kunnen we meteen aan tafel, die al gedekt staat. Ze brengen gelijk op iedere tafel twee grote flessen ‘aperitief.’. Daar er alleen maar wijnglazen staan worden die daar mee gevuld. Als een fles bijna leeg is wordt er al gelijk een volle nieuwe neergezet. Het is heerlijk zoet en het drinkt als limonade. Daarna horen we dat er 14% alcohol in zit. De stemming zit er dan ook gelijk goed in.
Ook de daarop volgende rode en witte wijn doen het goed al proeft het eerst een beetje dunnetjes. Het wordt een overheerlijke maaltijd! Moe maar voldaan nemen we afscheid van deze gastvrije Fransen op het platteland en rijden naar ons laatste adres van deze prachtige eerste reisdag.
Hotel 4* Mercure la Présidence, Dieppe

Hier ontvangen we van Ru de sleutels van onze kamers en gaan lekker slapen.

Inhoudsopgave


DE ENGELANDREIS.

De tweede dag, maandag 17 juni 2013.
Verslag: Martin Isselstein, Gronau.

Seebad Dieppe,leider im Regen, nicht einladend für ein morgendliches Schwimmen im Meer. Busfahrt durch wunderschöne Landschaft, aber Dauerregen.
Wie von Lindy bestellt kommt in Caen die Sonne heraus und wir bewandern den öffentlichen Park Floral “de la Colline aux Oiseaux“. Auf einer Müllhalde angelegt, im Angedenken an 50 Jahre Frieden. Die Hauptattraktion ist ein wie ein großes Amphitheater angelegter Rosengarten mit hunderten von verschiedenen Rosen. Von der Spitze des „Müllbergs“ Aussicht auf die gesammte Stadt. Auf dem Gelände des Parks werden wir mit einem leckeren Mittagessen verwöhnt bevor wir weiterfahren zu den Gärten von Castillon-Plantbessin.
Dort werden wir von einem netten alten Ehepaar, Colette und Hubert Sainte Beuve und dem freundlichen alten Hund empfangen. Zwei große Gärten, angelegt als Schaugärten für die Kunden der Gärtnerei. Colette, fast ununterbrochen laut telefonierend mit einem mindestens 20 Jahre alten Schnurlostelefon, dabei durch die Gärten laufend, Hubert in perfektem Oxford-Englisch die Flora erklärend; höflich wie ein Gentleman mit Humor. Der Hund weicht nicht von seiner Seite. Man kann sich kaum vorstellen wie die beiden mit wenig Hilfe die Arbeit schaffen.
Als letzter Garten für heute, des für Erik nicht leicht zu findenden Château de Brécy, eingebettet in die Landschaft mit eigener Kirche und Bauernhof und weit und breit kein anderes Haus.
Im Innenhof des Chateau, empfangen von einer Skulptur halb Fisch halb Tier, gelangen wir durch den Seitenflügel in den im 17. Jahrhundert angelegten Garten. Viele Hecken symmetrisch angelegt - größere Rasenflächen welche in die Landschaft übergehen. Ein Hühnerpaar sitzt gemütlich auf einem Gartenfels zwischen Blumen.
Auf der Fahrt nach Rouen, Zwischenstop in einem 4 Sterne Hotel zum Abendessen. In einem grossen Raum zusammen mit einer Schulklasse aus Dubai, welche einen Ausflug nach Europa machen.
Internationale Gesellschaft.

Inhoudsopgave

DE NORMANDIË-REIS.

De derde dag, dinsdag 18 juni 2013.
Verslag: Claire Raats, Diepenheim.

Deze dag had de groep een vrije ochtend in Rouen. Aangezien het hotel op enige afstand van het centrum van Rouen ligt, heeft de bus ons naar het centrum gebracht. Tot half twee konden we Rouen verkennen. De stad is bekend om de prachtige cathédrale Notre-Dame. De bouw begon in de 12e eeuw. Tijdens de tweede wereldoorlog is deze zwaar beschadigd en nu weer prachtig opgebouwd. In 1956 was de wederopbouw klaar en werd de kerk opnieuw ingehuldigd. Rouen heeft een aantal oude vakwerkhuizen, vooral rond de kerk Saint Maclou. Ik vermoed dat door het bombardement in 1944 veel vakwerkhuizen zijn vernield.
De markt op de Place du Vieux Marché is een mekka voor lekkerbekken. Veel soorten vis en een enorm assortiment aan kazen.
Natuurlijk ook wat gewinkeld o.a. in het warenhuis Printemps. Je kunt merken dat de crisis hier ook heeft toegeslagen. Het was er doodstil en als je maar even naar een leuk jurkje keek, kwamen er drie verkoopsters op je af. Aan ons zijn ze niets kwijtgeraakt.
Het weer was prima en mijn medereizigster en ik hebben op een terras bij de kathedraal de lunch gebruikt. Om half twee kwam de bus weer op de afgesproken plaats en gingen we op weg naar de Jardin des Plantes, een botanische tuin van 8 ha met o.a. een mooie collectie bomen. Wij hebben daar de grootste rode beuk gezien die we ooit gezien hebben. Ook een bijzondere boom de Parrotia Persica. Deze informatie heb ik van mijn medereizigster Therese Groet die een zwak heeft voor bomen.
Een rozentuin, een dahliacollectie, een tuin met 240 soorten irissen en 60 hemerocallissen en diverse andere collecties maken deel uit van het park.
We hadden hier niet zo veel tijd omdat we op tijd in Giverny moesten zijn.
Deze plaats is natuurlijk wereldberoemd om de tuinen van de schilder Claude Monet en het was er daarom erg druk. Je hoort hier talen uit alle hoeken van de wereld.
Het is een lust door deze kleurige tuin te lopen. Zelf loop je in je eigen tuin te dubben welke kleurencombinatie je zult toepassen, hier groeit alles door elkaar en het resultaat is prachtig.
De Oost-Indische kers die op het schilderij een tapijt vormt, stond nog niet in bloei.
Ook het huis is aardig, niet zo kleurig, op de eetkamer na die knalgele meubels heeft.
We hadden nog tijd om het dorpje Giverny in te trekken. Het was een warme dag en de ijscovrouw deed goede zaken. Ook kon je op ieder terras wel een groepje tuinmensen uit Twente spotten.
Wij hebben nog een bezoekje gebracht aan het Museum des Impressionistes waar een tentoonstelling aan ene meneer Signac gewijd was. Ik had er nog nooit van gehoord. Ik vond vooral het gebouw erg mooi. Om het museum heen waren een aantal leuke tuintjes aangelegd.
Wij hadden graag nog iets op het beschaduwde terras willen drinken maar toen we uit het museum kwamen was het sluitingstijd van het café en men was onverbiddelijk.
Terug in het Novotel wachtte ons een lekker buffet. Buiten op het terras hebben we nog wat nagepraat bij een glaasje wijn. Daarna konden we gaan dromen van de mooie dingen die we die dag hadden gezien.

Inhoudsopgave

DE NORMANDIË-REIS.

De vierde dag, woensdag 19 juni 2013.
Verslag: Jet Gorter Tubbergen.

We verlaten Rouen, na 2 nachten in het Novotel, waar het knalrode overhemd van Ru mij redt uit het labyrinth van gangen, en we rijden in een dik half uur naar de Jardin Plume. Deze is 1,5 ha groot en is gecreëerd in een (typisch Normandische: ?) boomgaard. Veel grassoorten. Vandaar de naam, Plume. Vanaf 1997 werken Sylvie en Patrick Quibel aan deze tuin. Er zijn 35 carré’s waarvan 23 bestaan uit verschillende wilde grassoorten en in de lente verwilderde bolgewassen. Hier kreeg ik even hetzelfde geluksgevoel als op de Alpenweiden.
Voor het huis, een oude Normandische boerderij onder appelbomen, 12 carré’s omrand met hoge buxus, waarvan 1 kant hegloos, zodat de zon erin kan schijnen, gevuld met vaste planten, o.a. pioenrozen en witte, roze en rode papavers, zelfs met gekarteld bloemblad. In het midden een spiegelvijver. De paden zijn kort geschoren gras. Aan weerskanten nog parterres met wilde Amerikaanse grassen en thematuinen met lente-, zomer- en herfstbloeiers en een zgn. bostuin met beukenhaag, cornus mas en hazelaar.
Aan de korte oostkant van het huis is een houten prieel gebouwd, overvloedig beklommen door druivenranken. Hiervoor, aan weerszijden, enorme buxusmassa’s in elleboogvorm: 5 meter breed, 5 meter lang en taille-hoog. Hoe in hemelsnaam snoeien ze dit? Aan de voorzijde van het huis ligt nog een agapanthustuin, deze “Blue Triumphator” staat in vele potten (helaas voor ons nog niet in bloei).
Aan de andere kant van het huis en boomgaardcomplex staat een muur waarachter een 3 meter hoge en 3 meter brede bloemrijke euphorbiastruik groeit. En dan als uitzwaaier richting uitgang (+ ingang) weer een parterre met heel hoge wuivende grassen. Hierachter staan buitengewoon hoge buxusmuren, gesnoeid in o.a. golfvorm. En wat zie ik dan: drie uitgeputte mannen (Nederlanders, niet van onze groep!) hangen met gigantische dikke buiken in ligstoelen met een sigaret in de hand. Geen tuinfanaten denk ik.

Le Jardin d’Angélique.
De zon schijnt onderweg. Bij aankomst is de lucht donker en voelen we een spatje. Annelise besluit haar nieuwe leren laarzen te beschermen door plastic zakjes om het voetgedeelte te binden. Een komiek gezicht. Het lange entree pad komt uit bij een groot perfect gazon met brede, bloeiende borders. Hierachter staat een groot, mooi landhuis uit midden 17e eeuw, met links een grote dikke ronde toren, met baksteen decoratie, uit begin 19e eeuw.
Een kleine mevrouw met pikzwarte ogen, zij is een Spaanse, ontvangt ons hartelijk. Gloria en Yves Lebellegard hebben het huis met 1 hectare grond 30 jaar geleden gekocht. 25 jaar geleden overleed hun 19 jarige oudste dochter Angélique. Ter nagedachtenis hebben de ouders zich in het creëren van de tuinen gestort. Vader Yves is 6 jaar geleden gestorven. Zijn passie was rozen. Er zijn dan ook 2000 soorten aanwezig. Madame heeft nog een dochter, die in de buurt woont en een grote hulp is voor de ontvangsten. Hoe Madame de 2 tuinen beheert, verzorgt, wat ze zelf doet, aan die vragen ben ik niet toegekomen. Wel weet ik dat zij de creatieve factor van de tuinen is, met haar 5 jaar kunstacademie in Madrid.
Het gaat om de harmonie van de kleuren, vertelt ze. In 2011 ontving zij de prix d’agrément (lusthof) van de Association des Parcs et Jardins de Haute-Normandie. Aan de Noordkant van het huis, tussen de weg en het grote gazon, ligt, omsloten door hoge beukenhagen met 2 entrees door haagpoortjes, een doolhof met geschoren graspaden, hoge bomen en ongelofelijk weelderige borders. Af en toe een ijzeren poortje, beklommen door rozen en grote, witte clematis. De plantendiversiteit is niet te bevatten. Bij een rechthoekige vijver een reuzenplant met reuzenbladeren en hoge bruine pluimen. Nu eens geen gunnera, maar wat dan wel?
Opvallend is plotseling een knalrood hek in de beukenhaag, waar boven een boog, beklommen door een zeer rode kamperfoelie. Rechtsonder staat een grote rode pot met een, nu nog, kleurloze sedum.
Madame’s hobby is o.a. het verzamelen van tuinmeubelen: de bekende ijzeren ronde stoeltjes en tafels en bankjes, in verschillende pastelkleuren. Ze staan kris-kras in dit vrij dicht, en wat donker perceel. Ook in een prieel staat een verweerd tuinameublement, vlak aan een heel romantisch kronkelend beekje. Kabbelend over ontelbaar veel stenen, groot en klein. Ook op stukken zandige “strandjes” glimmen de vele natte ronde witte stenen. Ik zie in gedachten Madame deze verzamelen op de Normandische stranden.
In een bijgebouw staat een fantastisch koud (dus niet aan tijd gebonden) buffet klaar, gemakkelijke zelfbediening. De vierpersoons ronde tafels zijn gedekt met witte kleden en goudgerande, dunne borden. Madame zelf serveert het dessert: verrukkelijke appeltaart. Die had ik bijna gemist, want ik ben ondertussen naar de 2e tuin gegaan, in “Italiaanse stijl”, achter het huis aan de zuidkant.
Het blijkt een stille hof te zijn: de gevel met grote ramen en twee van de drie hoge stenen muren zijn bedekt met rozen, voilà les roses de monsieur. Verder buxuscarré’s met struikrozen, en veel andere, lage bloeiende planten. Opvallend veel nog bloeiende judaspenning. Ongeveer in het midden ligt de fontein, waarin 2 zeemeerminnen een grote waterspugende vis omarmen en 2 verweerde leeuwen, die eveneens uit hun muilen water spuwen. Rondom liggen 4 buxuscarré’s met in het midden een parmantig olijfwilgje. Op de hoeken staan pyramidevormige buxussen. Ik ga op een bankje zitten en geniet intens van de rust (er is niemand anders) en de stilte, behalve het gesjilp en gekwetter van vogels in een boom en het geluid van de fontein. Op de valreep krijg ik nog appeltaart en dan buswaarts. Wat blijkt, Annelise heeft nog maar 1 zakje aan een laars. Waar is het andere gebleven?
Na op de heenreis door “eindeloos” grote akkers gereden te hebben, wordt het landschap nu heuvelachtig met op de hoogste gedeelten dicht eikenbos, eeuwenlang leverancier voor de scheepsbouw (de dikke stammen) en voor de vakwerkgevels (de dunne stammen zoals we in Rouen konden zien). Dit was wettelijk bepaald.

Parc du Bois des Moutiers
We rijden vervolgens richting Dieppe, waar 12 km ten westen hiervan het landgoed Parc du Bois des Moutiers ligt, 12 ha groot, tussen het dorp Varengeville-sur-Mer en de falaisekust.
Het echtpaar Guillaume en Adélaïde Mallet koopt deze grond in 1898 met de bedoeling er een landhuis te laten bouwen met Engelse bordertuinen en gazons omzoomd met rhododendrons, azalea’s en andere exotische struiken en bomen. Guillaume heeft eereenn fortuin verdiend in de veehandel. Het echtpaar is lid van de theosofische vereniging en via hun contact met de theosofen in Londen (Helena Blavatsky in New York en Londen, later Annie Besant, Krishnamurti etc.) besluiten zij om de 29 jaar jonge Engelse architect Edwin (later Sir) Lutyens (grootvader Nederlands) de opdracht te geven. Lutyens werkt met de principes van de Art and Crafts Movement, opgericht door William Morris in ± 1860. Morris is schrijver en decorateur. Hij verafschuwt de lopende band in fabrieken en pleit hartstochtelijk voor: “scheppen met je handen is volwaardig mens zijn.” Met zijn vriend de schrijver, dichter en filosoof John Ruskin, dragen zij de utopische boodschap uit hoe men door bewust te leven, bijdraagt aan de universele broederschap. Vooral het beoefenen van studies, zoals filosofie, religie, muziek en beeldende kunst, literatuur en dichtkunst, is belangrijk. Het scheppend talent moet gestimuleerd ten gunste van de geestelijke ontwikkeling. Deze opvatting sluit perfect aan bij de idealen van het theosofische echtpaar Mallet. Het landhuis moet een plek worden waar gelijkgestemden bij elkaar komen om hun gedachten en inspanningen te bespreken. Het gaat over morele waarden, idealisme en esthetiek.
Bij onze aankomst ontvangt Madame Claire Bouchayer-Mallet (kleindochter van Guillaume Mallet) ons hartelijk op een groot gazon. Onze groep wordt in tweeën gesplitst. We boffen met Madame Claire, want de anderen lopen achter haar zuster Madame Constance aan, die niet zo aardig lijkt te zijn. Bof ik even, want ik heb altijd vragen. Opmerkelijk is (bescheidenheid is één van de theosofische waarden) dat de ingang naar tuinen en huis min of meer verborgen ligt tussen bosjes en een zeer hoge en zeer dikke buxusmuur. Er is daar een opening en dan staan we plotseling in een betegelde hof, de “jardin blanc,” want in een tiental buxusvakken staan alleen witbloeiende planten.
Links het huis, de gevel is overvloedig beklommen door “witte regen” (wisteria floribunda alba). Dan weer door een klein poortje en zo staan we dan, bijna stiekem, in een ommuurde cour, geheel betegeld, met in de as, parallel aan de gevel, een apart betegeld pad met centraal een cirkel met vier gave tegels en rondom in stukken gebroken tegels. Zij symboliseren de eerste cellen van het organische leven. Zó heeft Edwin Lutyens het bepaald, zoals eveneens de verschillende op elkaar volgende tuinen om het huis.
Dwars op de betegelde cour ligt een smalle en lange bordertuin met o.a. veel macleaya (waar ik dol op ben). De borders zijn in kamers gedeeld door zware, dwarse buxushagen in steunbeervorm. Dit maakt deze tuin wat krampachtig. De invulling van de beplanting liet Edwin Lutyens over aan Gertrud Jekyll. Zij is door zijn uitverkoring en haar creativiteit een absolute leidende beroemdheid geworden. Zij heeft dankzij Guillaume Mallet, haar Engelse mixed border in Frankrijk geïntroduceerd.
Een trap, onder een overkapping en een “bloemenval” van witte regen, brengt ons naar de voordeur. We worden meteen doorgestuurd, via een grote zitkamer met enorme (brandende) schemerlampen, naar het balkon. Van daar behoorde je, over het gazon en het bos, de zee te zien. Niet meer dus. De bomen: waaronder sequoia’s, blauwe ceders en zilversparren zijn nu zo hoog, dat dit voor Guillaume Mallet belangrijke uitzicht nu verdwenen is. Wel ligt voor ons het enorme gazon met veel verschillende bloeiende rhododendrons en bijzondere struiken en bomen. Guillaume Mallet heeft vele reizen gemaakt, per trein en boot, van India naar China, van Chili naar Japan om zelf de bomen en struiken voor zijn park te selecteren.
Via een smalle trap, tussen wanden met blauwe tegels, symbool voor de zee, zo wilde Edwin Lutyens het, die niemand van ons vindt passen bij de zware eikenhouten deuren en balken, komen we op de bovengang. Hier mogen we een blik werpen in de witte slaapkamer van grandmère. Snel verder naar de vide, vanwaar we naar beneden kijken in de vrijwel lege zaal waar Guillaume en Adélaide hun gasten ontvingen. De vleugel staat er nog, omarmd door grote ramen. Martin Isselstein probeert nog iets op dit heilige instrument maar geeft gauw op.
Hier liepen auteurs, poëten, musici, schilders en beeldhouwers rond, zoals vermoed ik, Monet, Braque, Ravel, Debussy, Proust, Cocteau en de Engelse Virginia Woolf. Een lange tafel met tijdschriften en boeken, waarachter een boekenkast, staan tegen de rechtermuur, een paar stoelen staan aan de overzij tegen de linkermuur. Meer niet. Ik ontdek op de vide nog een vitrinekast met oude partituren. We gaan naar beneden via een zeer brede trap, langs erkervormige, smalle, zeer hoge ramen, verdeeld in ruitjes. Een Art and Crafts voorbeeld, maar Cocteau vond het niks en maakte er grappen over.
Weer buiten leidt Madame Claire ons door de opeenvolgende tuinen, ontworpen door Edwin Lutyens en ingevuld door Gertrud Jekyll. De as, parallel aan het huis (na de entreecour) is overdekt door acht prieelvakken, bedekt met rozen en grote witte clematis. Hiernaast ligt de zonnewijzertuin, met stijve, symmetrische vakken, maar Gertrud maakte het weer goed met de inhoud. Vervolgens de magnoliatuin, met op het gazon verscheidene solitaire, parmantige “witte regen” als 18e eeuwse pruiken op een dun stammetje. Het pad met de zeven “spirituele” niveaux, dat naar het dierbare theehuisje leidt, krijgen we niet te zien. Geen tijd? Snel verder door de oude moestuin die omgetoverd is tot gazon, met een mooie vijverpartij, vakken met rozen en veel hoge buxus in allerlei vormen en poortjes.
Madame Claire begint steeds harder te lopen, ondanks een rare heup, en wij, ook met vervelende voeten en heupen kunnen haar nauwelijks bijhouden. We duiken nu het bos in, we glibberen over natte paden, onder 100 jarige rhododendronbomen, wel acht meter hoog. Ik zie in mijn aanteken krabbels rhododendron Hale Planum staan. En passant vraagt mevrouw Claire aan Lindy raad over een groot, dood en markant rhodokarkas. Steeds lager glijden wij de vallei in. We zien wat Guillaume’s verre reizen opleverde: ceders uit het Atlasgebergte, rhododendrons met gespikkelde harten uit de Himalaya, azalea’s uit China en Turkije, ahorns uit Japan. Op lichtere plekken staan verschillende soorten hydrangea’s, grote varens en enorme grootbladige planten. We stijgen nu weer, richting het grote gazon en lopen hijgend langzamer.
Madame Claire, onvermoeibaar aan kop, roept om de haverklap: “quick, quick – quick, quick.” Wat wil ze toch met deze kreet? Plotseling begrijpen wij wat er aan de hand is: het is bijna zes uur, dan gaat het park dicht. We rennen nu langs het huisje voor de entreekaarten, boekjes en folders, toch er even in en quick, quick er weer uit. De dienstdoende dame wil naar huis. Nog dagenlang hebben we te pas en te onpas quick, quick geroepen. We zeggen nog een verwaaid merci beaucoup naar mevrouw Claire en klimmen in de bus.
Ik moet nu nog even melden dat ik na de rondleiding door het huis een gesprekje met haar had: “of er misschien sprake was van verkoop van huis en park.” Ik heb begrepen dat dit niet het geval is. Misschien heeft zoon Antoine een ander perspectief? Zijn moeder vertelde dat de hele familie zeer betrokken is. Ook de kleinkinderen van haar, haar zuster Constance en hun broer Robert. Behalve de rondleidingen die zij al veertig jaar lang geven, steunt iedereen financieel naar vermogen (vanuit Australië en Amerika). Ik hoop dat het inderdaad kan blijven bestaan. Een stichting en subsidie moeten toch mogelijk zijn voor Le Bois des Moutiers, dat geclassificeerd staat als Monument Historique en “Jardin Remarquable.”
Vervolgens rijden we nog even naar de falaisekust waar een kerkje uit ± 1600 staat. Rechts van de ingang staat een citaat van Georges Braque (1882-1963) “J’ai le souci de me mettre à l’unisson de la nature bien plus que la copier.” Wat blijkt, in het kerkje zijn de meeste ramen ontworpen door Braque. Veel blauw, kubistische vormen, harmonisch, mooi. Het woord kubisme als stijlvorm is ontstaan door negatieve recensies over zijn werk op de salon d’automne in 1909.:: “kubistische bizarriteiten.” Dan blijkt dat hij en zijn vrouw op het propvolle kerkhofje, waar je nauwelijks anders dan op de graven kunt lopen, hier begraven zijn.
Wat doen zij hier? Op internet lees ik dat hij in 1930 een landhuis liet bouwen in Varengeville-sur-Mer. Hij is gestorven in Parijs en had daar zijn schilderscarrière , maar zijn jeugd lag (van 8-18 jaar) in Le Havre. Als echte Normandiër wilde hij steeds terug naar dit heldere licht.
Wij rijden hierna naar Dieppe waar we weer heerlijk dineren en slapen.
Lindy en Ru, heel hartelijk dank voor de voortreffelijke organisatie, waardoor wij zo ontspannen konden genieten.

Inhoudsopgave

DE NORMANDIË-REIS.

De laatste dag, donderdag 20 juni 2013.
Verslag: Eline ter Riet, Hengelo Ov.

Aan alles komt een eind zo ook aan deze reis naar Normandië. Bij het ontbijt maakten we tegelijk een lunchpakket klaar,want er was geen tijd om onderweg naar Nederland ergens te gaan lunchen.
De eerste tuin die we vandaag gaan bezoeken ligt in Picardië: les Jardins de Valloires. Een parkachtige tuin bij een abdij met vele bijzondere planten en rozen.
Het terrein was in verschillende hoogten en omdat het geregend had waren de paden nogal glibberig daarom heb ik niet de hele tuin gezien.
Er was een mooie winkel waar je lekker kon rondneuzen en ze hadden ook heerlijke cappuccino .Weer in de bus werd er fruit en drinken uitgedeeld en hebben we de lunch al rijdend genuttigd.
Schrik!! Er kwam een telefoontje uit Otegem waar onze laatste bezoektuin zou zijn maar dat bezoek aan Ann Desmet kon niet doorgaan!
Lindy zocht haar bestand door en vond gelijk de oplossing: Roubaix, “la Piscine”! Op onze route! Een heel mooi Art Déco gebouw uit 1930, een gemeentezwembad, dat sinds 2001 in gebruik is als museum voor kunst en industrie samen met winkel, restaurant en tuin.
De inrichting van het oude zwembad en de oude kleedkamers zijn goed bewaard gebleven. Behalve alle kunstwerken waren vooral de grote ramen met de zonnestralen aan beide kanten wel heel bijzonder.
De laatste etappe naar huis hebben we bij Antwerpen 2 uur in de file gestaan, maar door een prachtig verhaal van Jet over de dierenambulance en een quiz van Paula ging de tijd toch snel voorbij.
Door die file kwamen we pas om 20.00 uur in “Boswachter Liesbosch” aan voor het afscheidsdiner. Dit restaurant ligt midden in de bossen en het was voor de chauffeur een hele toer om de bus daar te parkeren.
Maar het ging prima en Erik kreeg applaus. De locatie en het diner waren geweldig.
Om 24.30 uur waren we weer in Haaksbergen! De hele Normandië-reis is prima verlopen en de organisatie was top.

Inhoudsopgave

DE ACHTERLANDTOCHT.

Dinsdag 27 augustus 2013.
Verslag: Siny Jansen, Nijverdal.

Als plaats voor carpooling voor deze dag had de organisatie ons de parkeerplaats bij hotel Dalzicht in Nijverdal aangewezen, dicht bij het Buitencentrum “De Paarse Poort” van Staatsbosbeheer, waar we aan het eind van de dag terug zouden komen om het te bezichtigen.

Na kennismaking met onze overige reisgenoten en tuinliefhebbers mogen wij om vijf minuten voor negen als eerste auto vertrekken naar het eerste bezoekadres.
Na nog maar een kilometer te hebben gereden over de prachtige toeristenweg tussen Nijverdal en Holten, worden wij aangehouden door de boswachter van de Sallandse Heuvelrug! We blijken in overtreding te zijn! De toeristenweg is pas vanaf negen uur ’s ochtend toegankelijk! Wij mogen kiezen, of een flinke bekeuring of weer rechtsomkeer maken. Ondanks al onze argumenten, blijft de boswachter onverbiddelijk. Dus wij keren de auto en vervolgens hebben wij de gehele stoet van tuinkringauto’s op de toeristenweg laten stoppen, om samen de klok van negen af te wachten.... Daarna gaan we gezamenlijk naar Laren (Gld.) naar de tuin van de tuinkringleden Dirk en Berna Addink.
We worden ontvangen door Dirk op een goed uitgezette parkeerplaats schuin tegenover hun woning. Met dank aan de buurman! We krijgen koffie of thee met koek en beginnen de landelijk gelegen tuin (1 ha) te bezichtigen. Wie het wil krijgt een rondleiding door Dirk of Berna.
Om hun woonboerderij liggen diverse tuinen. Onder de 200 jaar oude eiken is vooral de hostatuin die alle aandacht vraagt. Er zijn bijzonder mooie borders op kleur en er groeien rozen over de pergola bij de strak vormgegeven tuin. Een boomgaard, een schaduwtuin, een hostacollectie (ruim 100 variëteiten!) er zijn heel mooie doorkijkjes en er is een heuse uitkijktoren gebouwd. De hagen worden door Dirk in strakke vormen gesnoeid met mooie dierpatronen erin. Het is een heel harmonisch geheel. Ook heeft Berna overal prachtige zelfgemaakte bloemstukken staan, heel creatief en verzorgd!

Om kwart over elf vertrekken we richting Mariënheem naar de vaste plantenkwekerij van Arjan Schepers, die speciaal voor ons opengaat. Arjan geeft ons tekst en uitleg over zijn passie: het kweken van bijzondere vaste planten. Hij heeft zijn kennis opgedaan o.a. bij bureau Mien Ruys in Dedemsvaart en bij Coen Jansen in Dalfsen. Bezoek vooral ook zijn site: www.arjanschepers.nl Ook Coen Jansen is in eigen persoon aanwezig en aan hem wordt ook veel advies gevraagd. Al snel worden vele portemonnees opengetrokken en worden er planten gekocht. De meegenomen lunch wordt genuttigd in de tuin/ kwekerij met melk en karnemelk van de biologische boerderij “de Knapenvelder” en daarna vertrekken we richting Hellendoorn.

De tuin van Rinus en Leny Heetkamp in Hellendoorn is een belevenis. Deze indrukwekkende grote tuin op 3,85 ha, is door het grote bos waarin het huis en de tuin zich bevinden een oase van rust. De tuin gaat alleen voor óns open: we zien vijverpartijen op verschillende niveaus, esdoorn- en hostasoorten en een wel heel bijzondere boom- en struikaanplant. De tuin gaat mooi en geleidelijk over in het bos rondom. Het geheel is schitterend aangelegd en zeer goed onderhouden. Op vele plaatsen zijn zitjes en bankjes geplaatst, zodat je overal even kunt wegdromen. Er is koffie en thee en voor de liefhebber weer een plak koek.
Aan het eind van de bezichtiging worden we allemaal verrast met een flinke hostaplant die we naar huis mogen meenemen!
Om half vier in de middag worden we in de tuin verwacht van Marcel Evers & Chris Pen in het buitengebied van Lemelerveld.
Opnieuw weer een totaal andere tuin met schitterend aangelegde bloemborders. Het nieuwe gedeelte dat is aangelegd heeft zich inmiddels al goed ontwikkeld en past zich prima aan bij de al eerder aangelegde tuin rondom de boerderij. Ook hier zijn weer diverse zitjes geplaatst, zodat je vanuit verschillende hoeken en perspectieven de tuin kunt bekijken. Voor de liefhebbers staat er frisdrank klaar en tenslotte ook hier een verrassing: we vertrekken opnieuw met een mooie iris in de achterbak van onze auto.

Rond de klok van vijf uur arriveren we bij de boerderij van Frank en Annelies Naber in Heino.
Ook Frank heeft net als Dirk Addink met de buurman overlegd en we mogen dit keer de auto’s parkeren achter de schuren van deze buurman. De tuin van Frank en Annelies is met hulp van Harry Pierik uit Zwolle aangelegd. Iedereen die de tuinen en het werk van deze tuinontwerper kent, kan dan ook in deze tuin zijn hand in de aanleg herkennen. Hier worden we weer zeer gastvrij ontvangen met drankjes en hapjes. Ook het gezellige huis mogen we binnen en zien we ook de mooie kunstwerken, deels gemaakt door Annelies.

Om kwart voor zeven in de avond vertrekken we opnieuw richting de carpoolplaats bij het Buitencentrum “De Paarse Poort” in Nijverdal. De beheerder heeft speciaal voor ons een avondopening ingelast, zodat we allemaal kunnen rondneuzen in dit nieuwe en prachtige bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer en een aantal andere organisaties zoals de sterrenwacht etc. Opnieuw worden vele portemonnees opengemaakt en aankopen gedaan. Er is veel te zien en te koop voor leuke prijsjes. Aansluitend krijgen we in het restaurant van het Buitencentrum een dinerbuffet aangeboden van prima kwaliteit. Iedereen doet zich tegoed aan de lekkere gerechten die op tafel komen. Heerlijk, na een prachtige dag door de Achterhoek en Salland.
De Achterlandroute is een geslaagd evenement te noemen en er rest ons alleen nog veel dank uit te brengen aan de drie organisatoren van deze dag: Lindy van Wezel, Dirk Addink en Bouke Veltman!

Inhoudsopgave

DE PARADIJZENDAG.

Vrijdag 20 september 2013.
Verslag: Paula Hinne, Haaksbergen.

Omdat ik nog niet eerder een verslag had gemaakt heeft Lindy mij vooraf ‘gestrikt’ om een verslag te schrijven voor het Verslagenboekje. Zo komen we allemaal een keertje aan de beurt.
In totaal hadden zich 55 personen voor de dag ingeschreven, en dat kon: overal bleek ruimte genoeg.

Op vrijdag 20 september om 8:35 uur fietste ik vanaf de Beatrixstraat naar het huis van Elly IJzerman, onze carpoolplek aan de Nijenkerckestraat in Haaksbergen, vanwaar wij, totaal vijf dames, met chauffeur Jacqueline van Eck meereden.
Ons eerste tuinadres “De Weele” is een groot landgoed in Boekelo, met centraal villa “De Weele” (1906) en nabij is een voormalige boerderij, een tuinmans - en een portierswoning (1912), ooit alles van de van Heek-familie.
Het zonnetje scheen en we moesten er om 09:15 uur zijn. We waren ruim op tijd en daar aangekomen maakten we kennis met mevrouw Edith Robers die bezig was met het voeren van de paarden. Ze woont al tien jaar met haar gezin in de voorste boerderij en ze vertelde ons o.m. over de historie van Fleur van Heek en de mooie portierswoning. Daarna mochten we op eigen gelegenheid gaan wandelen en bleek haar tuin en ook de andere drie tuinen het aanzien volop waard. Na een uurtje genieten werden we middels het luiden van de koeienbel door Lindy erop geattendeerd dat wij weer moesten vertrekken naar ons volgende tuinadres en we kregen een routebeschrijving mee.

We reden langs zouthuisjes en maisvelden richting landgoed Het Stroot in Enschede. Voor de juiste afslag werd even gestopt bij een informatiebord nabij de Johanneskerk in Boekelo.
Villa “Het Stroot” is een 19e eeuws (1840) monumentaal landhuis (in restauratie) achter een grote zandstenen poort waar ook een koetshuis, boerderij en schuren zijn en een parktuin van 1 ½ ha die indertijd is aangelegd door Dirk en Piet Wattez. Later is de tuin verfraaid door Th. Dinn (1925) en weer later ontwierp Mien Ruys er een vijver-eilandtuin.
We werden hartelijk welkom geheten door broer Arnold en zus Marlies Enklaar, beiden eigenaar van dit landgoed als nazaten van de stichters van Heek. Marlies woont en werkt ook deels in Amsterdam. Op een grote tafel binnen stonden koffie/thee en bonbons klaar waar we van mochten genieten.
Arnold vertelde ons over de historie van deze plek en o.m. dat de boerderij (1819) is verbouwd tot het zomerhuis “De Koepel“ en dat het nu is ondergebracht in een stichting. In een aangrenzend gebouw zijn kantoren gehuisvest.

De groep werd in 2-en gesplitst en ik liep met Arnold mee naar de historische kweektuin die wordt beheerd en verzorgd door ex-docent Leo Schoolkate die ons hier heeft rondgeleid. Hij vertelde over de planten in de tuin, zoals mansoor, kardoen, wilde artisjok en heel veel bloeiende dahlias en vele andere planten en boompjes die hij soms ook verkoopt. Daarna sloot ik me aan bij de tuingroep van Arnold en liep ik door een oude beukenlaan, het vroegere paradijs voor spechten. Arnold waarschuwde nog dat we daar op eigen risico liepen, omdat er bomen op omvallen staan.
In de tuin staat de grootste Thuya (=levensboom, 1876) van ons land met een doorsnee van wel 30 meter en met een indrukwekkend pad onderdoor!

Daarna vertrokken wij naar een privéhuis= lunchadres bij mevrouw Tuul Pameijer. Ze vertelde over het ontstaan van buurtschap Twekkelo en het behoud daarvan en ze had achter haar huis een tent geplaatst waar we ons tegoed konden doen aan een lunchbuffet.
Na de lunch vertrokken wij naar “huize de Boekel”, het toenmalige buitenhuis van Mini ter Kuile en haar man. We werden verwelkomd door mevr. Renate Steinmeijer die er nu woont met haar gezin.
Het ontwerp van het huis, begin 20e eeuw, was van Karel Muller. De tuin werd in 1915 door de Brusselse architekt van der Swaelmen ontworpen als dank voor het onderdak dat de familie hem verschafte na zijn vlucht uit Belgie. De tuin is 100 jaar oud en origineel en mooi gebleven met hoogteverschillen, gazons, een symmetrische waterpartij, fraaie borders en rondom weiden met bomen en een moestuin. In de vijver zijn kikkers en salamanders. Het begon iets te druppelen en we liepen onder een mooie appeltunnel en boomgaard door de tuin en klommen over een hekje een bospaadje op met aan weerszijden weelderige springbalsemien en varens. Onze gastvrouw trakteerde ons nog op sap en cake onder de overkapping bij het huis.

De koeienbel van Lindy ging weer en we vertrokken naar het Rijksmuseum Twenthe waar we de tijdelijke expositie” Paden naar het Paradijs” hebben bezocht.
We werden daar welkom geheten door Josien Beltman en ze leidde ons in een paar zalen van het museum rond. Na de rondleiding konden we in het restaurant koffie drinken en luisteren naar een voordracht van ons Tuinkringlid Bert de Haan “Een vogel vliegt uit”, een deel uit zijn nieuwe boek.

Daarna liepen we gezamenlijk naar “Het Paradijs”, een zeer apart restaurant, ooit door Adriaan Schalken opgebouwd van allemaal gerecyclede materialen. Hier waren we om deze mooie dag af te ronden met een vegetarisch buffet en keuze uit 2 soepen. We kregen twee drankjes inclusief en als dessert koffie/thee met zelfgemaakt appelgebak. Na het lekkere eten werd Anneke Stevens door Lindy extra bedankt en kreeg ze een cadeautje in de vorm van een mooi wit aardewerken waxinelichtje overhandigd, waarna Lindy ons allen een wel thuis toewenste.
Om 19.30 uur keerden we voldaan huiswaarts. Het was een geweldige dag.
Dank aan de organisatie, Anneke en Lindy, voor deze mooie, paradijselijke dag.

Inhoudsopgave

DE NIEUW TUINJAARS-AVOND.

Woensdag 19 maart 2014.
Verslag: Gré Druif Brand, Goor.

Na de mooie voorjaarsdag van woensdag 19 maart 2014 is ‘s avonds de eerste bijeenkomst dit jaar van Tuinkring Twente en ik ben daar voor ‘t eerst bij met vriendinnen Loltje en Carolien die al jaren lid zijn. Leuke locatie: Wapen van Beckum!
We worden ontvangen bij een brandend houtvuur waar gelijk koffie of thee met iets lekkers erbij worden aangereikt. Ook krijgen we een lot en nog een bon voor een drankje in de pauze.

Lindy verwelkomt bijna 80 leden en introducés en opent de avond en eigenlijk ook het nieuwe tuinjaar.
Daarna zien we via een beamer beelden die gemaakt zijn door mensen die het vorige jaar hebben deelgenomen aan de volgende Tuinkringtochten: naar Reinermann (D.), Normandië, het Achterland en de Paradijzendag.
Vervolgens worden de nieuwe plannen toegelicht. Er wordt een reis naar Drenthe georganiseerd door Therese Groet uit Rheeze die dat ook even toelicht. We zien een filmpje van de Tuinen van Mien Ruys die we dan ook gaan bezoeken omdat dit voor die tuinen een belangrijk lustrumjaar is.
In de nazomer gaan we naar plekken in de omgeving van Utrecht, waar we ook een boottochtje over de Nieuwkoopse plassen gaan maken, net als Jort Kelder, die we zagen in het volgende filmpje, samen met Fernande Hora Siccama, de gastvrouw daar. ’t Ziet er veelbelovend uit !
Nog voor de pauze wordt er een bijzondere film met balletdans op mooie plekken in Haaksbergen vertoond. In de pauze zijn er aan tafels o.m. plantjes te verkrijgen: winterjasmijn, witte judaspenning, vetplantjes, tuinbladen enz. Te koop zijn: schilderijen van Henny Verbeek, honing van Susanne Isselstein en het boek “Haaksbergen nu”.van Herman Nijhuis.
Voor iedereen zijn er drankjes en hapjes!
Door de gezellige verloting, waarbij je tafels ziet vol prijzen, gaan echt veel mensen later op de avond met een prijs naar huis.
Na de pauze vertoont Piet Boersma zijn prachtige film in 3D over Indonesië, het land dat hij zo goed kent door de adoptie van een dochter van daar.
Lindy besluit daarna deze mooie avond en wijst op een witte papegaai-tulp met bol die mee mag naar huis. Degenen die sneeuwklokjes hebben besteld kunnen ze nu ophalen bij Jacqueline van Eck.Iedereen tevreden en bij Carolien thuis hebben we nog gezellig nagepraat bij een glaasje wijn.

Volgend jaar zal er geen TT-avond zijn. Wel wordt er een reis naar Engeland voor 2015 voorbereid, daar horen we in september a.s. meer van.

Inhoudsopgave

DE DRENTHETOCHT.

Woensdag 18 juni 2014
Verslag: Bert Kreeftenberg, Gorssel.

Moerheim-tuinen van Mien Ruys, ontvangst met koffie en appelgebak (wat waren we er aan toe!).
Mien, bijna de moeder van de tuin, de grote vormgever en ook bielzenMien.
In de 20er jaren begon ze te experimenteren met planten op sterkte, vorstgevoeligheid etc., wat o.a. resulteerde in het nog steeds belangrijke “Vaste Plantenboek”, uitgegeven in 1950.
Haar eerste tuin is nog steeds indrukwekkend van samenstelling: de diepe border, de wegwaaierende struiken/bomenrand rechts langs het gazon, verdwijnend in het bosje met z’n schaduwbeplanting. Tijdloos en prachtig van samenstelling, wat mij betreft alles wat een tuin mag/moet/kan hebben !
De rest van de tuin(en) met z’n puurheid, eenvoud, raffinement, contrasten in lijnen en beplanting; strakke belijning-overdadige beplanting, altijd weer feest !

De Luie Tuinman.
Gastvrije ontvangst met heerlijke soep op de diverse terrassen rondom het winkeltje, nou eigenlijk veel winkel ! Beetje commercieel maar dat zal ook wel moeten bij zo’n oppervlak.
Een enorm terrein van +/- 1 ha, samengesteld/verdeeld in heel (27) verschillende tuinen.
Inspirerend in al z’n verscheidenheid, een tuin die je eigenlijk in diverse perioden van ‘t jaar moet zien om alles goed te kunnen beleven.
Niet alles zag er even goed uit in onderhoud maar dat blijft natuurlijk ook moeilijk bij zo’n oppervlak met zo’n verscheidenheid.
Prachtig vond ik de berkentuin (door de rust) met z’n onderbeplanting van grassen en de grassenlaan langs de open rand naar ‘t bouwland.
Bij ‘t weggaan viel op dat rondom ‘t huis alles in groene vormen/bladcontrasten was beplant; want je wilt ook wel eens rust aan je kop ??!
OK, de bus weer in.

Tuin Joke Kuiperij en Karel Huyts.
Joke verwelkomde ons in de bus met een korte uitleg.
De tuin: een oprit naar de boerderij met gelijk links een pad door een zeer verrassend en natuurlijk vormgegeven bosje langs plekken en borders, slingerend achter de schuur langs tot het grote gazon vóór de boerderij. De tuin bestaat uit diverse delen die zeer harmonieus in elkaar overlopen. Prachtig op kleur verweven borders die geleidelijk in andere kleur-combinaties overgaan. Zeer natuurlijk ogend en heel mooi samengesteld.
Voor de boerderij een rustpunt met koffie/thee en koek. Ook achter de boerderij weer een groot gazon als contrast met de geconcentreerde beplanting elders. Tussen huis en schuur een uitbundige plantenweelde.
De hele tuin zeer harmonieus samengesteld met een prachtig evenwicht tussen ruime gazons en uitbundige beplanting. Gees, de beeldentuin.
Een fraaie entree met expositieruimte, (overdekte) terrassen en een ontvangstruimte waar we door de heer van Marle werden verwelkomd.
Ben steeds weer onder de indruk van de perfecte staat van onderhoud van het héle terrein (7 ha!) als prachtige achtergrond voor de enorme kunstcollectie.
De verschillende delen van de tuin lopen fraai in elkaar over en doen de kunstwerken recht.
Een uitbundig, bijna huppelende stier, vrolijk rennende honden, de ladder naar de hemel !
De enorme gunnera’s, de prachtige grasbossages, ‘t oude laantje, de uitzichten: erg mooi.

Als laatste de door Lindy regelmatig aangekondigde en toch weer betwijfelde (halen we ‘t of halen we ‘;t niet): de tuin van de familie Enthoven in Ommen.
Zeer verrassend en wat een hartelijke ontvangst: met een glas bubbels door een weelderige watertuin. Een zeer knap ontwerp van de Haarlemse tuinarchitect Henk Weijers, dat door z’n structuur de relatief kleine tuin heel veel ruimer doet lijken en steeds weer andere, heel verrassende beelden geeft. Lindy wat een bonusverrassing ! Jij, samen met Thérèse, hebt ons sowieso een prachtig gevarieerd programma be-/verzorgd !

Als afsluiting is dichtbij ‘t buffet in de hoge serre achter de villa “Het Laer”. Enthousiaste meisjes die ons vrolijk bedienden en onmiddellijk de voetbaluitslagen doorgaven als er weer gescoord was. Een zeer smakelijk en harmonieus einde van een volle dag met veel heel fraaie en inspirerende indrukken!

Inhoudsopgave

TUINEN ROND UTRECHT.

Woensdag 3 september 2014.
Verslag: Dorette Schoo, Enschede.

De voorbereidingen voor deze tocht heeft Lindy heel wat hoofdbrekens gekost. Er was duidelijk meer animo dan waar ze op had gerekend. In plaats van de 35 deelnemers die in de boot mee zouden kunnen varen, hebben zich 56 mensen aangemeld! Maar zoals we allemaal weten is ze niet voor een gat te vangen en is het haar ook dit keer weer gelukt om alles tot in de puntjes te regelen. Daarvoor dank. Toch bleven nog mensen door te late betaling op de wachtlijst staan! Er was nu maximaal plek voor 48 personen in de grotere bus en in twee boten.
De wekker liep ‘s morgens om 6 uur af, want we moesten om 7.15 uur in Haaksbergen zijn, op het bekende parkeerterrein van de supermarkt van de fam. Leusink. Iedereen was keurig op tijd. De bus van Baba reizen met chauffeur Dick Vos heeft ons de hele dag gereden. Eerst nog in Holten de rest van het gezelschap opgehaald en daarna richting Nieuwkoop. Een twee uur durende tocht. Door een wegomleiding moesten we bij Zwammerdam een ommetje maken via Alphen aan de Rijn. Door een prachtig polderlandschap met veel water en molens. De weg was erg smal en een tegemoetkomende vrachtwagen kon ons niet passeren. Achteruit rijden en uitwijken met de bus was voor Dick geen probleem, maar een oudere heer op de fiets vond het toch te langzaam gaan en probeerde, via een heel smal strookje tussen bus en een brede sloot, ons te passeren. De gevolgen zijn te raden. Met fiets en al op de kop de diepe sloot in! Na deze onderbreking (toegesnelde mensen namen hem mee hun huis in) ging de tocht verder naar de Nieuwkoopse plassen waar we een heerlijke kop koffie/thee dronken met appeltaart op het zonnige terras.
De twee boten lagen klaar en we hebben een prachtige tocht over het water gemaakt met af en toe uitleg van schipper Jeffrey. Het was hier genieten van de bijzonder mooie, vrijstaande huizen met grote tuinen langs de waterkant. Wat een mooi, echt Hollands natuurgebied!
Aan de Hollandsekade in de Woerdense Verlaat staan twee fleurige dames met een hoed op ons op te wachten en brengen ons , wandelend door het groen, naar het huis van Fernande Hora Siccama. Zij is internationaal bekend om haar bloemwerken en decoraties. We werden hartelijk ontvangen en nadat we wat rondgekeken hadden en ook hier weer koffie met lekkers kregen, heeft ze een bloemschik-demo gegeven, die zo enthousiast werd gebracht dat we de tijd bijna vergaten. Ook hebben we een aantal heel praktische tips gekregen voor het bloemschikken. Ik ga ze beslist toepassen. Na afloop stonden er grote pannen buiten voor ons klaar, vol met heerlijke preisoep!
Op naar de volgende tuin nadat we nog even moesten omdraaien met de bus omdat een van de dames de tas had vergeten. Maar dan toch naar Jelke Jan en Loes de With in Hagestein. Hier werden we onthaald aan één lange tafel met koffie/thee en een roombroodje. (het “dorpsstraatje” van de plaatselijke bakker) Heerlijk!! Zij hebben een 2 hectare grote tuin waar ze vanaf 1980 zelf hebben getuinierd en een deel is in 1991 door Mien Ruys ontworpen. Later is de tuin uitgebreid met behulp van hovenier Harry Esselink. In overleg met Jelke Jan, die weg- en waterbouwkundige is, ontstond een tuin met een rosarium, kwamen er twee grote vijverpartijen met een eiland ertussen bij, een grassen border en een prairie tuin. Het is een prachtig geheel. Jammer was dat we wat te weinig tijd hadden, want de eigenaar was zo enthousiast en had nog zoveel meer interessants te vertellen!
Tenslotte de tuin van Albertine van Schelven, rond een rietgedekt huis in Terschuur. De tuin is 4000 m groot en ontworpen door Beline Geertsema, voorzitster van de NL Tuinenstichting. Prachtige borders met aansluitend een uitzicht over de weilanden. Ze had ook een boomgaard , waar dit jaar ontzettend veel heel grote appels aan de bomen hingen. Eén appel was, volgens mij, wel genoeg voor een hele appeltaart! Een mooie border bij het terras met bloeiende gaura whirling butterfly en erigeron (fijnstraal) en daarbij lage ezelsoren. Prachtig! Een plaatje!!
Ons afsluitende dineetje is dit keer boven in de Jachtzaal van de Cantharel in Apeldoorn. Met een amuse vooraf , een soepje, warm en koud buffet en een toetjes buffet, werd de dag heel smakelijk afgesloten.
Precies op tijd waren we, moe maar voldaan, weer in Haaksbergen terug. Ik heb genoten en ga beslist nog vaker mee. Een zeer geslaagde tocht met prachtig weer en dank aan de goede organisatie door Lindy Bouke en Trudy.




Terug Inhoudsopgave